| |
Een aandeel kan zich in één van twee situaties bevinden :
1. Het aandeel zit in een range. Dit is een situatie van
onzekerheid. Geen goed moment om te traden.
2. Het aandeel zit in een trend. Een aandeel dat in een trend zit
volgt een bepaald patroon.
Deze patronen herhalen zich steeds weer. Patronen hebben dus een
zekere voorspellende waarde. Ze geven aan of de trend van het
aandeel behouden blijft of zal keren.
Traders moeten dus in eerste instantie leren patronen te
identificeren.
In tweede instantie dienen traders dan elementen te zoeken
die het gevonden patroon bevestigen of ontkrachten.
Hiervoor worden o.a. technische indicatoren gebruikt.
Tops & Bodems
Een top (market structure high, MSH) of een bodem (market
structure low, MSL) bestaat steeds uit drie kaarsen. Instinctief zou
men denken dat een MSH (eerste top, tweede top en een derde kaars
tussen beide in) en een MSL (eerste bodem, tweede bodem en een derde
kaars tussen beide in) frequent voorkomt.
Dit is echter niet het geval probeer zelf maar eens op een grafiek
enkele MSH of MSL punten te identificeren.

Er is een bepaalde opeenvolging van minstens drie MS punten nodig om
te kunnen spreken van een trend. Een stijgende trend wordt gevormd
door : een MSH, een MSL (die hoger moet zijn dan de voorafgaande MSH)
en tenslotte een tweede MSH (die ook hoger moet zijn dan de
voorafgaande MSH. Een dalende trend wordt gekarakteriseerd door :
een MSL, een MSH (die lager moet zijn dan de voorafgaande MSH) en
tenslotte een tweede MSL (die ook lager ligt dan de eerste MSL).
 |
|