| |
Moving average
-
MACD -
RSI -
Oscillators -
Stochastics
In tegenstelling tot patronen hebben technische indicatoren
géén voorspellende waarde. Een indicator is louter een
statistisch hulpmiddel dat een patroon kan bevestigen
of ontkrachten.
Sommige indicatoren zijn geschikt voor markten met een uitgesproken
trend. Andere indicatoren zijn enkel bruikbaar in markten die zich
in een range bevinden.
Moving Average
Voortschrijdende gemiddelden (moving averages, MA) nemen een
n-aantal slotkoersen over een n-aantal tijdseenheden. Dit kunnen
minuten, uren of dagen zijn. Al naar gelang het tijdsframe dat u
gebruikt.
Als u met dagen werkt, is een MA13 een gemiddelde over de laatste
dertien dagen. Als deze MA stijgt zijn de verwachtingen positief.
Als de prijs van een aandeel boven de MA ligt, betekent dat de
verwachtingen van de belegger hoger zijn dan uit de afgelopen 13
dagen kan worden afgeleid.
Veel gebruikte MA's zijn de 10 (voor de zeer korte termijn), de 50
(voor de middellange termijn) en de 200 (voor de lange termijn).
Om snel te kijken of een aandeel in een positieve trend zit, is het
nuttig te kijken of de MA10 boven de MA50 ligt. Omgekeerd, ligt de
MA50 onder de MA10 dan zit het aandeel in een negatieve trend.
Traders kijken veel naar deze snijpunten en dit in combinatie met de
MA200.
De MA200 wordt veel gebruikt door institutionele partijen. Ze noemen
deze lijn 'beton'. Daar aandelen er vaak tegenaan botsen bij
stijging of daling. De beste combinatie is dus een aandeel waarbij
de MA10 boven de MA50 ligt en dat boven de MA200 ligt.

MACD
MACD staat voor Moving Average Convergence and Divergence. Het is
het verschil tussen een korte termijn exponentieel voortschrijdend
gemiddelde en een middellang exponentieel voortschrijdend
gemiddelde. De MACD reageert snel op prijswijzigingen.
De MACD wordt vaak weergeven samen met een "signaallijn" (soms ook "triggerlijn"
genaamd), de 9-dagen moving average van de MACD. De signaallijn
reageert trager op prijswijzigingen dan de MACD.
Wanneer de MACD boven de signaallijn kruist, heeft men
een koopsignaal. Ga long en plaats uw stop net onder de
laatste low. Wanneer de MACD onder de signaallijn kruist, dan
heeft men een verkoopsignaal. Ga short en plaats uw stop net
boven de laatste high.
MACD-Histogram
Het MACD-histogram meet het verschil tussen de MACD-lijn en de
signaallijn. Dit verschil wordt geplot in een histogram.
Indien de MACD zich boven de signaallijn bevindt, is het
MACD-histogram positief en wordt het boven de nullijn geplot.
Omgekeerd, indien de MACD zich onder de signaallijn bevindt, dan is
het MACD-histogram negatief. Dit histogram geeft aan of een trend
sterker wordt, of verzwakt.
Tradesignalen worden gegeven door de helling van het MACD-histogram.
Wanneer de huidige kaars hoger is dan de vorige, dan is de helling
positief. Dit geeft aan dat het aandeel een stijgende trend volgt.
Wanneer de huidige kaars lager is dan de vorige is de helling
negatief en zit het aandeel in een neerwaartse trend.
Koop wanneer de helling van het MACD-histogram omslaat van
negatief naar positief. Plaats uw stop onder de laatste low. Ga
short wanneer de helling omslaat van positief naar negatief.
Uw stop plaatst u net boven de meest recente high.

Relative Strength Index
De RSI geeft aan of een aandeel overkocht (overbought) of
oververkocht (oversold) is. De RSI indicator varieert tussen 0 en
100. Meestal wordt gezegd, dat boven de 70 het aandeel overkocht is
en onder de 30 oververkocht. De RSI werkt vooral in markten met hoge
volatiliteit.

Oscillators
Een oscillator kan twee signalen geven: een overbought
signaal of een oversold signaal. Oscillators werken enkel in
ranging markten, in trending markten gebruikt men MA als indicator.
Momentum en Rate of Change (ROC)
Momentum en ROC meten of een trend versnelt, vertraagt of eenzelfde
ritme blijft volgen. Ze tekenen een piek vlak voor een trend op zijn
hoogtepunt is en tonen een dal vlak voor de trend op zijn dieptepunt
is. Wanneer deze oscillators stijgen, geeft dit aan dat de een
uptrend versnelt en waarschijnlijk zal aanhouden. Omgekeerd, wanneer
deze oscillator daalt, geeft dit aan dat de trend vertraagt en zich
klaar maakt voor een keerpunt. Wanneer de momentumlijn of ROC
breekt, zal hier meestal een keerpunt in de trendlijn van de koers
op volgen.
Stochastische oscillator
De stochastische oscillator geeft de locatie weer van de laatste
slotkoers relatief tegenover de boven/ondergrens van de range. Hij
meet de kracht van een aandeel om te sluiten zo dicht mogelijk bij
de boven- of ondergrens van zijn range.
Een slotkoers dicht bij de bovengrens duidt op accumulatie
(koopdruk), terwijl een slotkoers in de buurt van de ondergrens
eerder verkoopdruk aangeeft.
De stochastische oscillator wordt gevormd door twee lijnen, de %K-lijn
en de %D-lijn. De %K-lijn geeft aan in welk percentiel van de
high/low range de sluitingskoers zich bevindt. Aangezien %K een
ratio of percentage is, zal deze steeds tussen 0 en 100 gesitueerd
zijn.
Een %K van 55,23 bijvoorbeeld, geeft aan dat de laatste
sluitingskoers zich in het 55ste percentiel van de range bevindt,
dus net boven het midden. De %D-lijn is een 3-daagse (simple) Moving
Average van de %K. Deze lijn functioneert als signaallijn of
triggerlijn.
Een stochastische indicator kan drie verschillende signalen geven:
(1) divergentie, een (2) overbought/oversold niveau,
en een (3) trendrichting (direction).
Divergentie treedt op wanneer de prijs van het aandeel en de
stochastische indicator een tegengestelde verticale beweging maken
op de grafiek. Divergentie is een sterk signaal, het wijst er vaak
op dat de koers van het aandeel zich op een keerpunt bevindt.
Divergentie is bullish wanneer de koers een nieuwe low bereikt
terwijl de stochastische indicator een hogere bodem bereikt . Dit
geeft een koopsignaal.
Divergentie is bearish wanneer de koers een nieuwe high bereikt
terwijl de stochastische indicator een lagere bodem bereikt dan de
vorige bodem. Dit geeft een verkoopsignaal.
Zoals reeds eerder vermeld flucteert de stochastische indicator
tussen 0 en 100. Een stochastische indicator lager dan 20
geeft een oversold signaal, terwijl een indicator hoger
dan 80 een overbought signaal aangeeft. Dit signaal is
echter minder sterk dan divergentie.
Een derde signaal is "direction" of trendrichting. Wanneer
zowel de %K-lijn als de%D-lijn in dezelfde richting wijzen, dan
wordt de bestaande trend bevestigd. Wanneer de %K en de%D-lijn
elkaar kruisen, wordt een keerpunt in een trend
aangekondigd.

|
|